De sfeer van toen
Vroeger fungeerde de kachel in huis als hoofdverwarming. Op plekken waar men veel zat, in de huiskamer of de keuken, stond de hele dag een grote kachel op kolen, olie of hout of – nog later - op gas te branden. In voorname families was er ook aandacht voor het uiterlijk van de kachel. Fraaie gietijzeren exemplaren, al dan niet kleurrijk geëmailleerd, werden bewerkt met bloemen en ornamenten en vormden het warme middelpunt van het vertrek. Technisch voldoen de meeste oude besjes niet meer aan de tegenwoordig geldende normen van milieuvriendelijke en veilige kachels. Er zijn echter specialisten in Nederland die de kachels vakkundig restaureren en zo nodig ombouwen tot houtkachels, die wél aan de normen en eisen voldoen, zodat u er ook nu nog verantwoord mee kunt stoken. Omdat het aanbod van echte antieke kachels beperkt is, maken veel fabrikanten kachels in de stijl van vroeger. Dergelijke replica’s worden doorgaans als klassieke kachels aan de man gebracht.
Brandstof Een voordeel van echte antieke kachels is dat ze door hun enorme materiaaldikte de hoogste temperaturen kunnen verdragen. Daardoor zijn ze meestal geschikt voor zowel hout als diverse soorten kolen. Het spreekt voor zich dat een handgemaakte kachel ook vroeger zo lang mogelijk mee moest gaan, zo zuinig mogelijk behoorde te branden en een zo hoog mogelijk rendement diende te hebben. Er was immers geen centrale verwarming.
| Antieke kachels zijn doorgaans gemaakt van hoogwaardig dik gietijzer en vaak inwendig nog voorzien van een stenen of chamotte mantel. Daarom geven ze een enorme stralingswarmte met een veel kleinere (dus zuinigere) stookruimte dan moderne kachels. Antieke kachels hebben meestal een rookafvoer van 8–13 cm doorsnede, zodat de warmte langer in de kachel zelf blijft, hetgeen de stralingswarmte opbrengst aanzienlijk vergroot. |
Verschillende typen Antieke en klassieke kachels zijn er in 4 hoofdgroepen:
• Pot- of mantelkachel
Een populair type is de potkachel. De Franse fabriek La Salamandre kwam als eerste met dit model, vandaar dat ze ook wel Salamanderkachels worden genoemd. De potkachel kon de ruimte snel verwarmen en was een ‘alles’brander; er kon zowel hout, kolen als turf in worden gestookt. Het was een vrij goedkope kachel, dus voor veel mensen beschikbaar. Gemiddeld zijn potkachels 60 tot 85 jaar oud.
Heel bekend zijn de Deense potkachels, vervaardigd van zeer dik gietijzer en met een zware binnenmantel van chamotte. De meeste typen kunnen zowel aan de voor- als de bovenzijde worden gevuld. Ze zijn geschikt voor hout en kolen en geven veel warmte af. Tevens zijn ze voorzien van een warmteregelaar. Ze zijn 60 tot 110 jaar oud, maar kunnen goed gerestaureerd zeker nog eens 100 jaar mee! Opvallend is dat veel Deense potkachels een convectiesysteem hebben, zodat de warmte zo lang mogelijk in de kachel blijft.
• Plattebuiskachel In het Gelderland, Zeeland en Brabant van pakweg 100, 140 jaar geleden werden door de dorpssmid functionele kachels gemaakt, de zogenaamde plattebuiskachels. De ‘platte buis’ is het verbrede en verlengde deel waar de hete stookgassen doorheen gaan op weg naar de kachelpijp, zodat er goed op gekookt kon worden. De eigenlijke kachel zit vooraan, daar wordt hij het heetst. De kachel werd veel gebruikt op het platteland. Doordat het een fornuis en kachel ineen was, werd de woonkeuken ook direct lekker verwarmd. Ook handig voor het drogen van nat wasgoed! Later werden deze kachels echt luxe uitgevoerd: van gietijzer met verchroomde onderdelen. De kachels, gemaakt rond 1920, konden zowel met de klep dicht als ‘open’ branden. Op een stang onderaan konden de voeten worden verwarmd. Ze waren zeer populair in die tijd, mede dankzij de zeer compacte afmetingen. Iets jonger zijn de scheeps-plattebuiskachels, die er al in een diepte van 50 cm zijn. Nog latere kachels zijn geëmailleerd en hebben verchroomde onderdelen.
• Fornuiskachel
De fornuiskachel is speciaal ontworpen als kookkachel en voorzien van één of meerdere bakovens. Secundair kan die ook een kleine ruimte (keuken) verwarmen. De plaatstalen fornuiskachel dateert van rond 1880. Dit type heeft een warmwaterreservoir van koper met aftapkraan. Er bestaan ook zogenaamde tegelfornuizen, van pakweg 100 jaar oud.
• Haardkachel Antieke haardkachels mogen beslist niet worden verward met moderne haardkachels. Antieke haardkachels zijn veelal van gietijzer en hebben een grote stralingswarmte. Het decoratieve element gaat samen met een uitmuntend rendement. Uiteraard zijn ook hiervan replica’s te koop. De kachels zijn voorzien van een mechanisme waarmee de trek kan worden geregeld en hebben roosters, asladen en vuurkorfjes; al naargelang de te stoken brandstof. Met hout stook je namelijk anders dan met kolen.
|